GVAV Triathlon

Fietsen

GVAV Triathlon biedt twee buitenfietstrainingen aan.

Van februari tot oktober is er de zaterdagochtend training (09.30) start vanaf het Helperbad. Deze training duurt 2 tot 2,5 uur en focust zich op alle aspecten van het fietsen in een triathlon. Duurvermogen, tempohardheid maar ook technische en tactische aspecten; positie op de fiets, wendbaarheid & controle en het rijden in groepen.
Vaak wordt er gezamenlijk ingereden naar een van de vaste trainingsronde, waarna er individueel of in groepjes een opdracht wordt uitgevoerd. Maandelijks wordt er ook een koppeltraining verzorgt, waar een combinatie tussen het fietsen en lopen wordt gemaakt. Dit wordt aangekondigd op het TriCafe.

N.B. Voor diegenen die ervoor de zwemtraining meedoen is er de gelegenheid de fiets in een bergruimte bij het Helperbad te stallen.

Op de dinsdagavond (18.30) is het mogelijk om 1,5 tot 2 uur lang te trainen. Deze training start bij de ingang van de Atletiekbaan in het Stadspark. Tijdens deze training ligt de nadruk meer op korter intensiever werk, maar ook specifieke technische aspecten komen aan bod.

Voor alle fietstrainingen geldt dat het instapniveau niet hoog is, maar er zijn wel een paar voorwaarden;

  • Basisniveau: gemiddeld 25 p/uur kunnen rijden over langere tijd (60-90 minuten)
  • Racefiets, MTB of Hybride (sport) fiets zonder gebreken
  • In bezit van Helm (in goede staat)
  • Fietskleding
  • Reparatieset voor lekke banden
  • Bidon(s) met water en/of sportdrank
  • Evt iets te eten

Fietsregels in het peloton

Om veilig in een groep te fietsen zijn er een aantal afspraken. Het belangrijkste is het doorgeven van potentieel gevaarlijke situaties in het peloton.Degene die voorop rijdt, roept en/of maakt een handgebaar dat door de volgende renners wordt overgenomen en wordt doorgegeven tot het einde van de groep.

'tegen'

Er is een stilstaand of bewegend object of mens aan de linkerkant van de weg en van de groep. De roep 'tegen' al dan niet gecombineerd met een handgebaar waarna de hele groep weet dat er iets of iemand tegemoetkomt.

'voor'

De roep 'voor' al dan niet gecombineerd met een handgebaar waarna de hele groep weet dat er ruimte gemaakt moet worden voor iets of iemand op de eigen weghelft, dus aan de bermzijde.

'vrij'

Er kan veilig overgestoken worden, er komt niets aan. Dit commando moet niet klakkeloos doorgegeven worden. Dit roep je alleen als je zelf gezien hebt dat de weg vrij is.

'stop'

De voorste rijder steekt de hand op en roept 'stop'. Het commando wordt doorgegeven, maar de andere fietsers houden wel de handen aan het stuur om goed te kunnen remmen. 'paaltje' Er staat een paaltje of gelijksoortig object (midden) op de weg. De hele groep weet dan dit ontweken moet worden.

'achter'

De achterste rijder die ziet of hoort dat een andere weggebruiker de groep wil inhalen, roept 'achter'. Degene daarvoor herhaalt dit totdat de hele groep weet dat daar rekening mee gehouden moet worden door zo veel mogelijk aan de kant te gaan. '

'ritsen'

Dit gebeurt als we in een peloton met tweetallen naast elkaar fietsen en we moeten versmallen naar één rij. De voorste fietsers van het peloton geven zo nodig het commando 'ritsen'. Van de tweetallen gaat de linkerfietser achter de rechterfietser (degene aan de bermzijde) fietsen. Ofwel: links achter rechts.